Nederlands   Türkçe    

 

HUKUK LİNKLERİ

Abchukuk
Adalet.org
Adliye.org
Adres-Dergi Hukuk
AİHM Türk Karar
Bakale
Bilişim Hukuku
Çağdaş Hukukçular
E-Akademi
E-Noter
Finans Hukuk
Hukukara
Hukukçu.com
Hukukçular Derneği
Hukuk Doktoru
Hukuk.gen.tr
Hukuki.net
Hukuk Lokali
Hukuk Müzesi
Hukuk Rehberi.net
Hukuksal
İcra Bülteni
İdeal Hukuk
İnternet ve Hukuk Platformu
Kriminoloji Sitesi
Mali Hukuk
Net Hukuk
Posta Mevzuat Bank
Sağlık Hukuku
Sanal Hukuk
Suçla Mücadele
Türk Hukuk Enstitüsü
Türk Hukuk Merkezi
Türk Hukuk Sitesi
Türk Vergi Rehberi

GAZETELER

TRT
Akşam Gazetesi
Birgün Gazetesi
Bugün Gazetesi
Cumhuriyet Gazetesi
Evet Gazetesi
Evrensel Gazetesi
Güneş
Halka ve Olaylara Tercüman
Hürriyet Gazetesi
Kurultay
Milli Gazete
Milliyet Gazetesi
Ortadoğu Gazetesi
Radikal Gazetesi
Sabah Gazetesi
Star Gazetesi
Takvim Gazetesi
Türkiye Gazetesi
Vakit Gazetesi
Vatan Gazetesi
Yeni Asya Gazetesi
Yeniçağ Gazetesi
Yeni Mesaj Gazetesi
Yeni Şafak Gazetesi
Zaman Gazetesi
 

 

TURKS BURGERLIJK WETBOEK

 

* INLEIDING

 A. Bronnen en toepassing van het recht (art. 1)

 B. Inhoud van rechtsbetrekkingen (art. 2-4)

 C. Bepalingen van algemene aard (art. 5)

 D. Bewijsregels (art. 6-7)

* BOEK EEN - PERSONENRECHT

- DEEL EEN - NATUURLIJKE PERSONEN

TITEL EEN - PERSOONLIJKHEID

 A. In het algemeen

       I. Rechtsbevoegdheid (art. 8)

II. Handelingsbekwaamheid (art. 9-13)

III. Handelingsonbekwaamheid (art. 14-16)

IV. Verwantschap (art. 17-18)

V. Woonplaats (art. 19-22)

 B. Bescherming van de persoonlijkheid

I. Tegen het afzien en excessief beperken (art. 23)

II. Tegen aantasting (art. 24-25)

III. Recht betreffende de naam (art. 26-27)

 C. Het begin en einde van de persoonlijkheid

I. Geboorte en overlijden (art. 28)

II. Bewijs van het in leven en dood zijn (art. 29-31)

III. Beslissing van vermissing (art. 32-35)

TITEL TWEE - REGISTER VAN DE BURGERLIJKE STAND

 A. In het algemeen

I. Register (art. 36)

II. Bevoegde ambtenaar (art. 37)

III. Aansprakelijkheid (art. 38)

IV. Verbetering (art. 39-40)

 B. Register van geboorten

I. Aangifte (art. 41)

II. Veranderingen in het geboorteregister (art. 42)

 C. Register van overlijden

I. Aangifte van overlijden (art. 43)

II. Vermist persoon (art. 44)

III. Beslissing omtrent vermissing (art. 45)

IV. Aanbrengen van veranderingen in het register (art. 46)

- DEEL TWEE - RECHTSPERSONEN

(artikelen 47 – 117: zijn niet opgenomen)

* BOEK TWEE - FAMILIERECHT

 - DEEL EEN - HUWELIJKSRECHT

TITEL EEN - HUWELIJKSSLUITING

EERSTE AFDELING - DE VERLOVING

 A. Verloving (art. 118)

 B. Bepalingen inzake het verloofd zijn

I. Afwezigheid van het recht op een rechtszaak (art. 119)

II. Gevolgen van de verbreking van de verloving (art. 120-121)

III. Teruggave van geschenken (art. 122)

IV. Verjaring (art. 123)

TWEEDE AFDELING - HUWELIJKSBEVOEGDHEID EN HUWELIJKSBELETSELEN

 A. Voorwaarden van huwelijksbevoegdheid

I. Leeftijd (art. 124)

II. Onderscheidingsvermogen (art. 125)

III. Toestemming van wettelijke vertegenwoordiger (art. 126-128)

 B. Huwelijksbeletselen

I. Verwantschap (art. 129)

II. Eerdere huwelijk (art. 130-132)

III. Geestelijke stoornis (art. 133)

DERDE AFDELING - AANGIFTE EN HUWELIJKSSLUITING

 A. Aangifte

I. Plaats van aangifte (art. 134)

II. Vorm (art. 135)

III. Documenten (art. 136)

       IV. Onderzoek van de aangifte en de afwijzing (art. 137)

       V. Bezwaar tegen de afwijzing en methode van oordelen (art. 138)

 B. Huwelijkssluiting en registratie

       I. Voorwaarden (art. 139-140)

       II. Uitvoering (art. 141-143)

 C. Ambtelijke voorschriften (art. 144)

VIERDE AFDELING - ONGELDIGE HUWELIJKEN

 A. Nietigheid

       I. Gronden (art. 145)

       II. De bevoegdheid en het recht om een rechtszaak te beginnen (art. 146)

       III. Beperking of opheffing van het recht om een rechtszaak te voeren (art. 147)

 B. Relatieve nietigheid

       I. Rechten van echtgenoten (art. 148-152)

       II. Het recht van de wettelijke vertegenwoordiger om een rechtszaak te beginnen (art. 153)

 C. Redenen die geen vernietiging meebrengen

       I. Zich niet houden aan de wachttijd (art. 154)

       II. Niet voldoen aan vormvoorschriften (art. 155)

 D. Beslissing van ongeldigheid

       I. In het algemeen (art. 156)

       II. Gevolgen (art. 157-158)

 E. Het recht van erfgenamen om een rechtszaak te voeren (art. 159)

 F. Bevoegdheid en de wijze van procederen (art. 160)

TITEL TWEE – ECHTSCHEIDING

 A. Echtscheidingsgronden

       I. Overspel (art. 161)

       II. Levensbedreiging, slechte behandeling en aantasting van eer (art. 162)

       III. Het plegen van een strafbaar feit en het leiden van een eerloos leven (art. 163)

       IV. Verlating (art. 164)

       V. Geestelijke stoornis (art. 165)

       VI. Duurzame ontwrichting (art. 166)

 B. Procedure

       I. Onderwerp (art. 167)

       II.Bevoegdheid (art. 168)

       III. Voorlopige voorzieningen (art. 169)

 C. Beslissing

       I. Echtscheiding of scheiding van tafel en bed (art. 170)

       II. Termijn van scheiding van tafel en bed (art. 171)

       III. Einde van de periode van scheiding van tafel en bed (art. 172)

       IV. Persoonlijke staat van de gescheiden vrouw (art. 173)

       V. Schadevergoeding en alimentatie bij echtscheiding (art. 174-178)

       VI. Ontbinding huwelijksvermogen (art. 179-180)

       VII. Erfrecht (art. 181)

       VIII. De rechten van moeder en vader ten aanzien van de kinderen (art. 182-183)

 D. Wijze van procederen bij echtscheiding (art. 184)

TITEL DRIE - ALGEMENE BEPALINGEN OMTRENT HET HUWELIJK

 A. Rechten en verplichtingen

       I. Algemeen (art. 185)

       II. Keuze van de woning, bestuur van de gemeenschap, bijdrage aan de uitgaven (art. 186)

       III. Geslachtsnaam van de vrouw (art. 187)

 B. Vertegenwoordiging van de gemeenschap

I. Vertegenwoordigingsbevoegdheid van de echtgenoten (art. 188)

II. Aansprakelijkheid (art. 189)

III. Ontneming en/of beperking van de vertegenwoordigingsbevoegdheid (art. 190)

IV. Herstel van de vertegenwoordigingsbevoegdheid (art. 191)

 C. Beroep en bedrijf van de echtgenoten (art. 192)

 D. Rechtshandelingen van de echtgenoten

I. Algemeen (art. 193)

II. Echtelijke woning (art. 194)

 E. Bescherming van de gemeenschap

I. Algemeen (art. 195)

II. Tijdens het samenleven van de echtgenoten (art. 196)

III. Onderbreking van de samenleving (art. 197)

IV. Voorzieningen behorend bij schuldenaars (art. 198)

V. Begrenzing van beschikkingsbevoegdheid (art. 199)

VI. Wijziging van de omstandigheid (art. 200)

VII. Bevoegdheid (art. 201)                                                                                                                    

TITEL VIER - HUWELIJKSGOEDERENREGIME TUSSEN ECHTGENOTEN

EERSTE AFDELING - ALGEMENE BEPALINGEN

 A. Wettelijke huwelijksgoederenregime (art. 202)

 B. Overeenkomst inzake huwelijksgoederenregime

I. Inhoud van de overeenkomst (art. 203)

II. Bevoegdheid tot sluiting van een overeenkomst (art. 204)

       III. Vorm van overeenkomst (art. 205)

 C. Buitengewoon huwelijksgoederenregime

       I. Op verzoek van een van de echtgenoten (art. 206-208)

II. Bij gedwongen executie (art. 209-211)

III. Vereffening van eerder regime (art. 212)

 D. Bescherming van schuldeisers (art. 213)

 E. Bevoegdheid in rechtszaken tot vereffening huwelijksgoederenregime (art. 214)

 F. Bestuur van de goederen van een echtgenoot door de ander (art. 215)

 G. Boedelbeschrijving (art. 216)

 H. Schulden tussen echtgenoten (art. 217)

TWEEDE AFDELING - HET REGIME VAN VERWERVINGSDEELNEMING

 A. Eigendom

       I. Inhoud (art. 218)

       II. Verwervingen (art. 219)

       III. Persoonlijke vermogen (art. 220-221)

       IV. Bewijs (art. 222)

 B. Beheer, gebruik en beschikking (art. 223)

 C. Aansprakelijkheid jegens derden (art. 224)

 D. Beëindiging van huwelijksgoederenregime en vereffening

I. Tijdstip van beëindiging (art. 225)

II. Terugname van goederen; schulden (art. 226-227)

III. Berekening van aandeel van de echtgenoten (art. 228-231)

IV. Waardebepaling (art. 232-235)

V. Deelname in de nettowaarde (art. 236-238)

VI. Betaling van aanspraak uit [verwervings-]deelneming en van aandeel in vermeerderde waarde (art. 239-241)

DERDE AFDELING - ALGEHELE SCHEIDING VAN GOEDEREN

 A. Bestuur, gebruik en beschikking (art. 242)

 B. Overige bepalingen (art. 243)

VIERDE AFDELING - BEPERKTE SCHEIDING VAN GOEDEREN

 A. Bestuur, gebruik en beschikking                                                                               

I. In het algemeen (art. 244)

II. Bewijs (art. 245)

 B. Aansprakelijkheid voor schulden (art. 246)

 C. Einde huwelijksgoederenregime en vereffening

I. Tijdstip van einde (art. 247)

II. Terugname van goederen en afgifte van goederen in mede-eigendom (art. 248-249)

III. Voor het gezin bestemde goederen (art. 250-253)

IV. Echtelijke woning en huisraad (art. 254-255)

VIJFDE AFDELING - GEMEENSCHAP VAN GOEDEREN

 A. Eigendom

I. Omvang (art. 256)

II. Gemeenschapsvermogen (art. 257-259)

III. Persoonlijk vermogen (art. 260)

IV Bewijs (art. 261)

 B. Bestuur en beschikking

I. Bij gemeenschapsvermogen (art. 262-266)

II. Persoonlijk vermogen (art. 267)

 C. Aansprakelijkheid jegens derden

I. Schulden van de gemeenschap (art. 268)

II. Persoonlijke schulden (art. 269)

 D. Schulden tussen echtgenoten (art. 270)

 E. Beëindiging van huwelijksgoederenregime en vereffening

I. Tijdstip van beëindiging (art. 271)

II. Toevoeging aan persoonlijk vermogen (art. 272)

III. Verrekening tussen persoonlijk vermogen en gemeenschapsvermogen (art. 273)

IV. Aandeel in vermeerderde waarde (art. 274)

V. Waardebepaling (art. 275)

VI. Verdeling (art. 276-277)

VII. Wijze van verdeling (art. 278-281)

- DEEL TWEE - VERWANTSCHAP

TITEL EEN – ONTSTAAN VAN VERWANTSCHAP

Eerste afdeling – Algemene bepalingen

 A. Ontstaan van verwantschap in het algemeen (art. 282)

 B. Bevoegdheid en wijze van procederen

I. Bevoegdheid (art. 283)

II. Wijze van beoordeling (art. 284)

Tweede afdeling - Vaderschap van de echtgenoot

 A. Vermoeden van vaderschap (art. 285)

 B. Ontkenning van verwantschap

I. Recht op een rechtszaak (art. 286)

II. Bewijs (art. 287-288)

III. Vervaltermijnen (art. 289)

 C. Samenloop van vermoedens (art. 290)

 D. Recht op rechtszaak van andere belanghebbenden (art. 291)

 E. Latere huwelijkssluiting

I. Voorwaarden (art. 292)

II. Aangifte (art. 293)

III. Bezwaar en vernietiging (art. 294)

Derde afdeling - Erkenning en gevolgen van vaderschap

 A. Erkenning

I. Voorwaarde en vorm (art. 295)

II. Aangifte (art. 296)

III. Procedure tot vernietiging (art. 297-300)

 B. Gevolg van vaderschap

I. Recht op een rechtszaak (art. 301)

II. Vermoeden (art. 302)

III. Vervaltermijnen (art. 303)

IV. De financiële rechten van de moeder

Vierde afdeling - Adoptie

 A. Adoptie van minderjarigen

       I. Algemene voorwaarden (art. 305)

II. Gezamenlijke adoptie (art. 306)

III. Eenpersoons adoptie (art. 307)

IV. Toestemming en leeftijd van de minderjarige (art. 308)

V. Toestemming van moeder en vader (art. 309-312)

 B. Adoptie van meerderjarigen en onder curatele gestelden (art. 313)

 C. Gevolgen (art. 314)

 D. Vorm en wijze

I. Algemeen (art. 315)

II. Onderzoek (art. 316)

 E. Beëindiging van de adoptieverhouding

      I. Oorzaken (art. 317–318)

II. Vervaltermijn

 F. Adoptiebemiddeling (art. 320)

Vijfde afdeling - Gevolgen van Verwantschap

 A. Geslachtsnaam (art. 321)

 B. Wederzijdse verplichtingen (art. 322)

 C. Persoonlijke verhouding met het kind

I. Moeder en vader (art. 323-324)

II. Derden (art. 325)

III. Bevoegdheid (art. 326)

 D. Vergoeding van kosten van verzorging en opvoeding van kinderen

I. Omvang (art. 327)

II. D         uur (art. 328)

III. Recht op rechtszaak (art. 329)

IV. Vaststelling van bedrag ter zake van levensonderhoud (art. 330)

V. Wijziging van omstandigheden (art. 331)

VI. Voorlopige maatregelen (art. 332)

VII. Zekerheidstelling (art. 334)

Zesde Afdeling - Gezag

 A. In het algemeen

I. Voorwaarde (art. 335)

II. Indien moeder en vader gehuwd zijn (art. 336)

III. Indien moeder en vader niet gehuwd zijn (art. 337)

IV. Stiefkinderen (art. 338)

 B. Omvang van gezag

I. In het algemeen (art. 339)

II. Opvoeding (art. 340)

III. Godsdienstige opvoeding (art. 341)

IV. Vertegenwoordiging van het kind (art. 342)

V. Handelingsbekwaamheid van het kind (art. 343)

VI. Vertegenwoordiging van het gezin door het kind (art. 344)

VII. Rechtshandelingen tussen het kind en de moeder en vader (art. 345)

 C. Bescherming van het kind

I. Beschermingsmaatregelen (art. 346)

II. Uithuisplaatsing van kinderen (art. 347)

III. Ontheffing uit het gezag (art. 348)

IV. Wijziging van omstandigheden (art. 351)

Zevende afdeling - Vermogen van het kind

 A. Beheer

      I. In het algemeen (art. 352)

II. Bij beëindiging van het huwelijk (art. 353)

 B. Gebruiksrecht (art. 354)

 C. Besteding van de opbrengsten (art. 355)

 D. Gedeeltelijke besteding van het vermogen van het kind (art. 356)

 E. Vrij vermogen van het kind

I. Begunstigingen (art. 357)

      II. Legitieme portie (art. 358)

      III. Vermogen gegeven voor uitoefening van beroep of bedrijf, en eigen inkomen (art. 359)

 F. Bescherming van het vermogen van het kind

      I. Maatregelen (art. 360)

II. Ontneming van bevoegdheid van moeder en vader tot beheer (art. 361)

 G. Beëindiging van het beheer

I. Overdracht van het vermogen (art. 362)

II. Aansprakelijkheid van moeder en vader (art. 363)

TITEL TWEE - VERWANTSCHAP – FAMILIE

 (artikelen 364-395: wacht op vertaling)

- DEEL DRIE - VOOGDIJ

(artikelen 396-494: wacht op vertaling)

* BOEK DRIE – ERFRECHT

- DEEL EEN: ERFGENAMEN

TITEL EEN: ERFGENAMEN BIJ VERSTERF

 A. Bloedverwanten

I. Afstammelingen (art. 495)

II. Moeder en vader (art. 496)

III. Grootmoeder en grootvader (art. 497)

IV. Verwanten buiten huwelijk (art. 498)

 B. Langstlevende echtgenoot (art. 499)

 C. Adoptie (art. 500)

 D. Staat (art. 501)

- DEEL TWEE - BESCHIKKINGEN TER ZAKE DES DOODS

EERSTE AFDELING - BEKWAAMHEID OM TE BESCHIKKEN

 A. Bekwaamheid

I. Bij testament (art. 502)

II. Bij overeenkomst inzake erfopvolging (art. 503)

 B. Wilsgebrek (art. 504)

TWEEDE AFDELING - BESCHIKKINGSVRIJHEID

 A. Beschikbare deel

I. Omvang (art. 505)

II. Legitieme portie (art. 506)

III. Berekening van het beschikbare deel (art. 507-509)

 B. Onterving

I. Gronden (art. 510)

II. Werking (art. 511)

III. Bewijslast (art. 512)

IV. Onterving op grond van onvermogen schulden te betalen (art. 513)

DERDE AFDELING - SOORTEN VAN BESCHIKKINGEN TER ZAKE DES DOODS

 A. Algemeen (art. 514)

 B. Voorwaarden en lasten (art. 515)

 C. Benoeming van erfgenamen (art. 516)

 D. Een bepaald goed nalaten

I. Onderwerp (art. 517)

II. Verplichting tot levering (art. 518)

III. Verhouding tot de boedel (art. 519)

 E. Benoeming van een reserve-erfgenaam (art. 520)

 F. Erfstelling over de hand

I. Vaststelling (art. 521)

II. Overgang op de verwachter (art. 522)

III. Zekerheid (art. 523)

IV. Werking (art. 524-525)

 G. Stichting (art. 526)

 H. Overeenkomsten inzake erfopvolging

I. Positieve overeenkomst inzake erfopvolging (art. 527)

II. Overeenkomst inzake afstand van nalatenschap (art. 528-530)

VIERDE AFDELING - VORMEN VAN BESCHIKKINGEN TER ZAKE DES DOODS

 A. Testament

I. Vormen (art. 531-541)

II. Herroepen van een testament (art. 542-544)

 B. Overeenkomst inzake erfopvolging

I. Vorm (art. 545)

II. Vernietiging (art. 546-548)

 C. Vermindering van het beschikbare deel (art. 549)

VIJFDE AFDELING - EXECUTEUR TESTAMENTAIR

 A. Benoeming

I. Benoeming en bevoegdheid (art. 550)

II. Meerdere executeurs testamentair (art. 551)

 B. Taken en bevoegdheden

I. Algemeen (art. 552)

II. Beschikking over boedelgoederen (art. 553)

 C. Einde van de opdracht (art. 554)

 D. Toezicht (art. 555)

 E. Aansprakelijkheid (art. 556)

ZESDE AFDELING en volgende

 (artikelen 557-681: wachten op vertaling)

* BOEK VIER - ZAKENRECHT

(artikelen 682-1027: worden niet vertaald)

De wet die buiten werking wordt gesteld (art. 1028)

Inwerkingtreding (art. 1029)

Uitvoering (art. 1030).

 

* - * -* - * - *

 

Wet inzake de invoering en toepassing van het Turks Burgerlijk Wetboek

 

AFDELING EEN – ALGEMENE BEPALINGEN

 A. Geen terugwerkende kracht (art. 1)

 B. Terugwerkende kracht

I. Openbare orde en algemene zedelijkheid (art. 2)

II. Verhoudingen waarvan de inhoud door de wet wordt bepaald (art. 3)

III. Verworven rechten (art. 4)

AFDELING TWEE – PERSONENRECHT

 A. Handelingsbekwaamheid (art. 5)

 B. Beslissing van vermissing (art. 6)

 C. Verenigingen (art. 7: wordt niet vertaald)

 D. Stichtingen (art. 8: wordt niet vertaald)

AFDELING DRIE – FAMILIERECHT

 A. Huwelijkssluiting, echtscheiding en algemene bepalingen inzake huwelijk (art. 9)

 B. Huwelijksgoederenregimes (art. 10)

 C. Bescherming van derden (art. 11)

 D. Verwantschap (art. 12)

 E. Rechtszaak betreffende het vaderschap (art. 13)

 F. Adoptie (art. 14)
 G. Gezag
(art. 15)

 H. Voogdij (art. 16)

AFDELING VIER – ERFRECHT

 A. Erfgenaamschap en overgang van de nalatenschap (art. 17)

AFDELING VIJF – GOEDERENRECHT (art. 18 en 19: worden niet vertaald)

AFDELING ZES –OVERIGE BEPALINGEN

 A. Vervaltermijnen en verjaringstermijnen (art. 20)

 B.C. (art. 21 en 22 worden niet vertaald)

 D. De wet die buitenwerking wordt gesteld (art. 23)

 E. Inwerkingtreding (art. 24)

 F. Uitvoering (art. 25)


 

 

BURGERLIJK WETBOEK[4]

 

INLEIDING

 

 

A. Bronnen en toepassing van het recht

 

ARTIKEL 1.- De wet is naar zijn bewoordingen en inhoud van toepassing op alle onderwerpen waarop hij betrekking heeft.

Kan in de wet geen toepasselijke bepaling gevonden worden dan beslist de rechter overeenkomstig de regels van gewoonte en gebruik en bij afwezigheid daarvan overeenkomstig de regel die hij zou opstellen als hij wetgever was geweest.

Bij het wijzen van de beslissing maakt de rechter gebruik van wetenschappelijke opvattingen en rechterlijke beslissingen.

 

B. Inhoud van rechtsbetrekkingen

 

I. Handelen naar behoren

ARTIKEL 2.- Ieder is gehouden bij de uitoefening van zijn rechten en bij de nakoming van zijn plichten naar de regels van behoorlijkheid te handelen.

Het kennelijke misbruik van een recht wordt rechtens niet beschermd.

 

II. Goede trouw

ARTIKEL 3.- In de gevallen waarin de wet aan de goede trouw een rechtsgevolg verbindt, wordt de aanwezigheid van de goede trouw aangenomen.

Echter, wie niet voldoet aan de zorgvuldigheid die naar de omstandigheden van het geval van hem verlangd kan worden, kan zich niet op goede trouw beroepen.

 

III. Rechterlijke beoordelingsbevoegdheid

ARTIKEL 4.- Indien de wet de rechter de bevoegdheid geeft tot beoordeling van, of hem verplicht om rekening te houden met de omstandigheden van het geval of met gerechtvaardigde zwaarwegende gronden, beslist hij naar recht en billijkheid.

 

C. Bepalingen van algemene aard

 

ARTIKEL 5.- Algemene bepalingen in dit Wetboek en in het Wetboek van verbintenissenrecht zijn voor zover geschikt van toepassing op alle burgerrechtelijke rechtsbetrekkingen.

 

D. Bewijsregels

 

     I. Bewijslast

ARTIKEL 6.- Indien de wet niet anders bepaalt, rust op ieder de last de aanwezigheid te bewijzen van de feiten waarop hij zijn recht baseert.

 

II. Bewijs door openbare akten

ARTIKEL 7.- Openbare registers en openbare akten vormen bewijs van de juistheid van de daarin neergelegde feiten.

Het bewijs dat de daarin opgenomen feiten onjuist zijn is, tenzij de wetten anders bepalen, aan geen enkele vorm gebonden.

 

 


  BOEK EEN

PERSONENRECHT

 

DEEL EEN

NATUURLIJKE PERSONEN

TITEL EEN

PERSOONLIJKHEID

 

 

A. In het algemeen

 

I. Rechtsbevoegdheid

ARTIKEL 8.- Iedere persoon heeft rechtsbevoegdheid.

Dienovereenkomstig hebben allen, binnen de grenzen van het recht, dezelfde bevoegdheid om rechten en verplichtingen te hebben.

 

II. Handelingsbekwaamheid

1. Inhoud

ARTIKEL 9.- Wie handelingsbekwaam is, kan door eigen handelen een recht verwerven en een verplichting aangaan.

 

2. Voorwaarden

      a. In het algemeen

ARTIKEL 10.- Iedere meerderjarige die onderscheidingsvermogen bezit en niet onder curatele staat, is handelingsbekwaam.

 

b. Meerderjarigheid

ARTIKEL 11.- Meerderjarigheid vangt aan met het bereiken van de achttienjarige leeftijd.

Huwelijk maakt een persoon meerderjarig.

 

c. Meerderjarigverklaring

ARTIKEL 12.- Een minderjarige die de leeftijd van vijftien jaar heeft bereikt, kan op eigen verzoek en met toestemming van zijn ouder door de rechtbank meerderjarig worden verklaard.

 

d. Onderscheidingsvermogen

ARTIKEL 13.- Wie niet vanwege zijn minderjarigheid, geestelijke stoornis, zwakzinnigheid, dronkenschap of om vergelijkbare redenen de bekwaamheid mist om zich op een verstandige manier te gedragen, beschikt over onderscheidingsvermogen in de zin van deze wet.

 

III. Handelingsonbekwaamheid

1. In het algemeen

ARTIKEL 14.- Degenen bij wie het onderscheidingsvermogen ontbreekt, minderjarigen en onder curatele gestelden zijn handelingsonbekwaam.

 

2. Ontbreken van onderscheidingsvermogen

ARTIKEL 15.- Behoudens andersluidende wettelijke bepalingen hebben handelingen van een persoon zonder onderscheidingsvermogen geen rechtsgevolg.

 

3. Minderjarigen en onder curatele gestelden die over onderscheidingsvermogen beschikken

ARTIKEL 16.- Minderjarigen en onder curatele gestelden die over onderscheidingsvermogen beschikken kunnen zolang de toestemming van de wettelijke vertegenwoordigers ontbreekt niet door eigen handelingen een verplichting aangaan. Bij een verkrijging om niet en bij uitoefening van rechten die nadrukkelijk persoonsgebonden zijn, is deze toestemming niet vereist.

Minderjarigen en onder curatele gestelden die over onderscheidingsvermogen beschikken, zijn verantwoordelijk voor hun onrechtmatige handelingen.

 

IV. Verwantschap

1. Bloedverwantschap

       ARTIKEL 17.- De graad van bloedverwantschap blijkt uit het aantal geboorten waardoor de verwanten aaneengebonden worden.

Verwantschap in de opgaande en neergaande linie bestaat tussen personen die van elkaar afstammen; verwantschap in de zijlinie bestaat tussen personen die niet van elkaar afstammen, maar wel dezelfde afkomst[5] hebben.

 

2. Aanverwantschap

ARTIKEL 18.- De echtgenoot en de bloedverwanten van de andere echtgenoot worden aanverwanten in dezelfde soort en graad.

Aanverwantschap eindigt niet bij het eindigen van het huwelijk waardoor deze tot stand kwam.

 

V. Woonplaats

1. Begripsbepaling

ARTIKEL 19.- Woonplaats is de plaats waar een persoon verblijft met de bedoeling om daar voortdurend te blijven.

Een persoon kan niet gelijktijdig meer dan één woonplaats hebben.

Deze regel is niet van toepassing op handels- en industriële ondernemingen.

 

2. Wijziging van woonplaats en verblijfplaats

ARTIKEL 20.- De wijziging van een woonplaats is afhankelijk van het verkrijgen van een nieuwe woonplaats. Voor een persoon wiens eerdere woonplaats niet duidelijk is of die na het verlaten van zijn woonplaats in het buitenland nog geen woonplaats in Turkije heeft verkregen, zal de verblijfplaats als woonplaats gelden.

 

3. Wettelijk woonplaats

ARTIKEL 21.- De woonplaats van een kind dat onder ouderlijk gezag staat, is die van zijn moeder en vader. Indien moeder en vader geen gemeenschappelijke woonplaats hebben, is de woonplaats van het kind die van de moeder of vader aan wie het is toevertrouwd. In overige gevallen geldt de verblijfplaats van het kind als zijn woonplaats.

De woonplaats van personen die onder voogdij staan, is de plaats waar de voogdij-instelling waaraan zij verbonden zijn, zich bevindt.

 

4. Verblijf in instellingen

ARTIKEL 22.- Het verblijf op een plaats om onderwijs te volgen of de plaatsing in een opleidings-, gezondheids-, behandelings- of strafinstelling heeft niet tot gevolg dat een nieuwe woonplaats wordt verkregen.

 

B. Bescherming van de persoonlijkheid

 

I. Tegen het afzien en excessief beperken

ARTIKEL 23.- Niemand kan van zijn rechtsbevoegdheden en handelingsbekwaamheden afzien, ook niet gedeeltelijk.

Niemand kan van zijn vrijheden afzien of deze beperken in strijd met het recht of de zedelijkheid.

Met schriftelijke toestemming is het mogelijk dat menselijk biologisch materiaal wordt afgenomen, geïnjecteerd en getransporteerd. Echter, van degene die de verplichting is aangegaan om biologisch materiaal af te staan, kan geen nakoming van zijn verplichting worden verzocht; vergoeding van materiële en immateriële schade kan niet worden verzocht.

 

II. Tegen aantasting

1. Beginsel

ARTIKEL 24.- Wie in strijd met het recht in zijn persoonlijkheid is aangetast, kan de rechter verzoeken om bescherming tegen de aantasters.

Zolang de toestemming ontbreekt van degene die in zijn persoonlijkheid is beschadigd, of zolang de inbreuk niet gerechtvaardigd is door een privé of openbaar belang van een hogere orde of om een van de redenen die het recht geeft van de bevoegdheid gebruik te maken, zal elke verrichte aantasting van de persoonlijkheidsrechten in strijd met het recht zijn.

 

2. Procedures

ARTIKEL 25.- De verzoeker kan de rechter verzoeken om het gevaar van aantasting te voorkomen, de voortdurende aantasting te beëindigen of te bepalen dat de voortdurende effecten van een reeds geëindigde aantasting in strijd met het recht zijn.

De verzoeker kan bovendien verzoeken dat een verbetering of de beslissing aan derden bekend wordt gemaakt of wordt gepubliceerd.

De verzoeker behoudt het recht om samen met het verzoek tot materiële en immateriële schadevergoeding te verzoeken dat de winst verkregen uit een aantasting in strijd met het recht overeenkomstig de bepalingen van onbevoegde vertegenwoordiging aan hemzelf wordt toegekend.

Het verzoek om immateriële schadevergoeding kan niet worden overgedragen zolang dit door de wederpartij niet is geaccepteerd; zolang het verzoek door de erflater niet naar voren gebracht is, gaat het niet over op de erfgenamen.

De verzoeker kan ter bescherming van zijn persoonlijkheidsrechten procederen bij de rechtbank van zijn eigen woonplaats of van de woonplaats van de wederpartij.

 

III. Recht betreffende de naam

1. Naamsbescherming

ARTIKEL 26.- Een persoon wiens recht op gebruik van zijn naam wordt betwist, kan verzoeken zijn recht vast te stellen. Een persoon wiens naam onrechtmatig wordt gebruikt, kan de beëindiging hiervan verzoeken; indien de onbevoegde gebruiker schuld heeft, kan bovendien worden verzocht om vergoeding van de materiële schade en indien de aard van het geleden onrecht dat vereist, kan om vergoeding van immateriële schade worden verzocht.

 

2. Naamswijziging

ARTIKEL 27.- Naamswijzing kan slechts wegens gegronde redenen aan de rechter worden verzocht.

De naamswijziging wordt in het bevolkingsregister geregistreerd en gepubliceerd.

Door een wijziging van de naam wijzigt niet de persoonlijke staat.

Wie door de naamswijziging nadeel ondervindt, kan binnen een jaar na de dag dat hij deze vernomen heeft om opheffing van de wijzigingsbeslissing verzoeken.

 

C. Het begin en einde van de persoonlijkheid

 

I. Geboorte en overlijden

ARTIKEL 28.- De persoonlijkheid vangt aan op het tijdstip dat het kind volledig en levend ter wereld is gekomen en eindigt bij de dood.

Onder de voorwaarde dat het levend geboren wordt, verkrijgt het kind rechtsbevoegdheid vanaf het tijdstip van verwekking.

 

II. Bewijs van het in leven en dood zijn

1. Bewijslast

ARTIKEL 29.- Een persoon die met het oog op het gebruik van een recht beweert dat een persoon levend of dood is, of op een bepaald tijdstip of bij de dood van een andere persoon in leven was, is verplicht om zijn bewering te bewijzen.

Indien van meerdere personen niet bewezen kan worden wie eerder of later is overleden, worden zij geacht gelijktijdig te zijn overleden.

 

2. Bewijsmiddelen

a. In het algemeen

ARTIKEL 30.- De geboorte en het overlijden van een persoon worden bewezen door de registraties in het bevolkingsregister. Indien een registratie in het bevolkingsregister ontbreekt of indien blijkt dat de aanwezige registratie niet correct is, kan de werkelijke situatie met elke vorm van bewijs bewezen worden.

 

b. Vermoeden van overlijden

ARTIKEL 31.- Indien een persoon verdwijnt onder omstandigheden waaronder zijn overlijden als zeker moet worden aangenomen, wordt hij geacht werkelijk te zijn overleden, ook indien zijn lijk niet is gevonden.

 

III. Beslissing van vermissing

1. In het algemeen

ARTIKEL 32.- Indien omtrent een persoon die is verdwenen terwijl hij in levensgevaar verkeerde of van wie lange tijd geen bericht is verkregen, een sterke mogelijkheid bestaat dat hij dood is, kan de rechtbank, op verzoek van degenen die aan deze dood rechten ontlenen, beslissen dat deze persoon vermist is.

Bevoegd is de rechtbank van de laatste woonplaats in Turkije van de [vermiste] persoon, of indien hij nooit in Turkije woonplaats heeft gehad, van de plaats waar hij in het bevolkingsregister staat ingeschreven; of indien ook zulk een registratie ontbreekt de rechtbank van de plaats waar zijn moeder of vader staat ingeschreven.

 

2. Wijze van procederen

ARTIKEL 33.- Om een verzoek om een beslissing tot vermissing te kunnen doen, zal sinds het levensgevaar ten minste één jaar of sinds de datum van het laatste bericht ten minste vijf jaar verstreken moeten zijn.

De rechtbank roept op de daarvoor voorgeschreven wijze van bekendmaking personen die informatie hebben omtrent de persoon over wiens vermissing zal worden beslist op om binnen een bepaalde termijn informatie te geven.

Deze termijn bedraagt ten minste zes maanden vanaf de dag waarop de eerste bekendmaking is gedaan.

 

3. Verval van verzoek

ARTIKEL 34.- Indien de persoon over wiens vermissing beslist zal worden, verschijnt voordat de bekendmakingstermijn is verstreken of indien van hem bericht wordt ontvangen dan wel de datum van zijn overlijden komt vast te staan, vervalt het verzoek om tot vermissing te beslissen.

 

4. Rechterlijke beslissing

ARTIKEL 35.- Indien de bekendmaking niet tot een resultaat heeft geleid, beslist de rechtbank tot vermissing en zullen de aan de dood gerelateerde rechten worden uitgeoefend alsof het overlijden van de vermiste is bewezen.

De beslissing tot vermissing heeft werking vanaf het tijdstip dat het levensgevaar zich heeft verwezenlijkt of vanaf de dag dat het laatste bericht is ontvangen.

 

 

 

TITEL TWEE

REGISTER VAN DE BURGERLIJKE STAND

 

A. In het algemeen

 

I. Register

Artikel 36.- De burgerlijke staat wordt bepaald door een voor dit doel gehouden officieel register.

Het houden van dit register en de vermelding van de verplichte gegevens worden geregeld door de daarop betrekking hebbende wet.

 

II. Bevoegde ambtenaar

Artikel 37.- Het register van de burgerlijke sta